Jagen FAQ
De jacht heeft de natuur nodig en de natuur in Vlaanderen heeft ook de jacht nodig. Een belangrijke taak van de jacht is om de biodiversiteit in stand te houden en onze landbouwgewassen te beschermen. Maar niet iedereen kan zomaar gaan jagen. De jacht is een Vlaamse bevoegdheid en de strikte regelgeving valt onder de verantwoordelijkheid van het agentschap voor Natuur en Bos (ANB). De handhaving gebeurt via het ANB en de lokale politie.
Hieronder vind je enkele veelgestelde vragen in verband met jagen en jachtgebied.
Waar mag je jagen?
Het jachtrecht is verbonden met het eigendomsrecht. De eigenaar van een perceel heeft ook het jachtrecht van dat perceel. Dat kan de eigenaar zelf uitoefenen of doorgeven aan iemand anders. Sinds 2014 is de overeenkomst om het jachtrecht door te geven aan een jager enkel schriftelijk mogelijk. Op de website van het ANB vind je daarvoor een modelovereenkomst.
Wat is het jachtplan?
Alle aaneengesloten percelen waarop een jager het jachtrecht heeft, vormen samen een jachtterrein. Om te mogen jagen, moet een jager het jachtrecht op verschillende percelen verzamelen tot hij een aaneengesloten jachtterrein van minstens 40 hectare heeft. Jaarlijks moet de jager voor 1 april een jachtplan van zijn jachtterrein indienen bij de de arrondissementcommissaris. Raadpleeg het jachtplan hier.
Ligt jouw tuin in een jachtgebied?
Stel je vast dat jouw eigendom of het perceel waarop je jachtrecht hebt, verkeerd wordt weergegeven in een jachtplan? Dan kan je een aanvraag tot wijziging indienen.
Wanneer is de jacht open?
In het jachtopeningsbesluit staat op welke bejaagbare wildsoort je mag jagen in een bepaalde periode. Zowel de gewone jacht als de bijzondere jacht hebben specifieke openingstijden. Op de website van Natuur en bos vind je een handige overzichtstabel.
Wat als er een dier geschoten wordt?
Als de jager wild geschoten heeft, wordt hij de eigenaar. Het verhandelen en vervoeren ervan is aan strikte regels gebonden. Het wild kan enkel vervoerd worden in de periode dat de jacht geopend is en tot 10 dagen daarna. Grofwild moet gelabeld worden zodat het traceerbaar is. De jager geeft jaarlijks mee aan het ANB hoeveel wild hij geschoten heeft, zodat een overzicht van de populatie bijgehouden kan worden. Via weefselstalen van het geschoten wild worden wildziekten opgespoord.
Heb je schade of overlast door wild?
Op www.natuuralsgoedebuur.be lees je tips over hoe je overlast door wilde dieren kan aanpakken.
Wanneer wild schade toebrengt aan je tuin of aan landbouwgewassen kan je dat melden via www.natuurenbos.be/meldpunt-schade. Ook een ongeval met een wild dier kan je daar melden.